FUTEBOL URUGUAYO:

'' É uma religião nacional. A única que não tem ateu. Somos poucos: 3,5 milhões de uruguayos. É menos gente do que um bairro de São Paulo. É um país minúsculo. Mas todos futebolizados. Temos um dever de gratidão com o futebol. O Uruguay foi colocado no mapa mundial a partir do bicampeonato olímpico de 1924 e 1928, pelo futebol. Ninguém nos conhecia.

O futebol uruguayo é o melhor? Não. No mundo guiado pelas leis do lucro, onde o melhor é quem ganha mais, eu quero ser o pior. Não poderíamos sequer cometer o desagradável pecado da arrogância. Seria ridículo para um país pequeno como o nosso. Não somos importantes, o que é bom. Neste mundo de compra e venda, se você é muito importante vira mercadoria. Está bom assim.

Como explicar Uruguay?.... Somos um pouco inexplicáveis. Aí é que está a graça".

EDUARDO GALEANO - Escritor

sexta-feira

HOLANDA 0 X URUGUAY 2 - 1928



Nederland - Uruguay in het Olympisch Stadion

Op de Olympische Spelen van 1928 speelden de Nederlandse voetballers in het Olympisch Stadion hun eerste wedstrijd tegen Uruguay – de heersend olympisch kampioen. Het is een van de vele hoogtepunten van dit stadion,  alhoewel in de zogenaamde Nacht van Uruguay vijftig gewonden vielen.


In 1928 waren in Amsterdam de Olympische Spelen. Het Nederlandse publiek verheugde zich vooral op het voetbal, dat eind mei zou beginnen. De loting voor deze wedstrijden werd verricht door prins Hendrik, die Nederland koppelde aan Uruguay, de heersend olympisch kampioen en toentertijd het sterkste landenteam van de wereld. Dat was even slikken, wat ook dagblad Het Vaderland schreef:

‘De loting is verre van fortuinlijk geweest. Want het resultaat is geweest, dat Nederland reeds in de eerste ronde tegen Uruguay moet spelen, de winnaar van het Olympisch Voetbaltournooi in 1924. Het spreekt van zelf, dat toen Nederland en Uruguay na elkaar uit de bus kwamen, er iets van teleurstelling te lezen lag op de gezichten van de Nederlandse voetballeiders, dat de aanwezige pers-vertegenwoordigers zich min of meer schampere woorden lieten ontvallen, welke echter dienden om ook hun leedwezen over deze wanbof te maskeeren, en dat de leden van Comité 28 elkander eens bedenkelijk aankeken, omdat zij – en terecht – gaarne voor het financieele succes der Spelen het Nederlandsch elftal niet in de eerste ronde geëlimineerd zouden zien. ‘

De kans dat Nederland de volgende ronde zou halen, was dus minimaal. Aan de andere kant was de tegenstander zo beroemd dat iedereen die wedstrijd wilde zien. De belangstelling voor toegangskaarten was daarom enorm. Kranten schreven dat bij elk gerucht dat er ergens in de stad kaarten te koop waren, de mensen meteen in een taxi sprongen om eens te kijken. Er bleek echter maar één legale mogelijkheid om aan kaarten te komen en dat was wachten tot de deuren van de twee voorverkoopadressen open gingen, op Pinkstermaandag 28 mei om tien uur in de ochtend. Het liep helemaal uit de hand.

Woeste tooneelen 

Niet de Voetbalbond maar de organisatie van de Olympische Spelen was verantwoordelijk voor de verkoop van de kaartjes. Hiervoor waren slechts twee plekken: bij het gebouw van de Handelsmaatschappij aan de Vijzelstraat voor kaarten op de Marathontribune en bij het oude gebouw van de Handelsmaatschappij in de Nieuwe Spiegelstraat voor de staanplaatsen. Zestien uur voordat hier de verkoop begon stonden er al honderden mensen te wachten. Enkele uren later waren dat er enkele duizenden, die zorgden voor een enorm gedrang op de grachten. Dat trok weer nieuwe belangstellenden aan, die wilden weten waarom het zo druk was. Ook uitbaters zagen de kans schoon om even snel wat extra’s te verdienen.

Een verslaggever van de Nieuwe Rotterdamsche Courant stond in de massa: ‘De nieuwsgierigen kwamen in drommen opzetten om het met eigen oogen te zien. Met hun kwamen de kooplieden in sinaasappelen, limonade en bier. De sinaasappelen werden duur verkocht, maar bovendien werden de leege kisten aan den man gebracht als zitplaatsen. Men kan gerust zeggen dat 85% behoorde tot het gilde der opkoopers of er waren neegezet om kaarten te halen.’
Minder gunstige elementen
Tot dan toe was het alleen nog druk, maar nog niet onrustig. Daar kwam echter snel verandering in, aldus opnieuw de N.R.C.: ‘Toen om twee uur de cafés gesloten werden, kwamen de minder gunstige elementen uit Regulierdwarsstraat en uit andere straten uit de omgeving van het Rembrandtplein zich onder de menigte mengen. Zij trachtten de orde te verstoren en de politie had handen vol werk. Nog erger werd het toen de hooglampen om de andere, zooals ’s nachts gebruikelijk is, werden gedoofd. De Vijzelstraat kwam in het half-duister. Dezen bovengenoemden elementen was dit een kolfje naar de hand. Zij drongen zich tusschen de wachtende in, waardoor kloppartijen ontstonden.’
De hele nacht door waren er opstootjes, charges, flauwvallende dames, incidenten en ordeverstoringen. ‘ Zoo kwam de ochtend aan. De politie kreeg versterking. Niet minder dan 24 ruiters en 80 agenten te voet waren tegen de opening van de bureaux aanwezig. De straten waren een augiusstal gelijk.’
Vlak voordat de verkoop begon ontstond er een nieuw probleem, aldus een verslaggever: ‘Het tramverkeer in de Vijzelstraat moest doorgaan en nu waren er listige lieden, die midden in de afgezette straat van de tram sprongen om zoodoende vooraan in de file te kunnen binnendringen. Dit werd hun belet door kordate rechercheurs en bovendien door reglementair wachtenden zelf. Want deze laatsten vooral, die daar nu al ruim 15 uur stonden, konden het niet toelaten dat door zoo’n meneertje, die geslapen had op zijn eigen bed, ontbeten in zijn eigen huiskamer, geschoren en wel, in zijn beste Pinksterpak, zoo maar eventjes van de tram af zou wippen en voor hun neuzen zou gaan staan.’
Om de ellende niet nog groter te maken dan die al was, begon de verkoop een half uur eerder. Binnen dertig minuten was alles verkocht, tot frustratie van iedereen die nog stond te wachten:
‘De honderden en honderden, die vergeefs hadden gewacht, waren woedend. Het gaf hier aanleiding tot tooneelen, die niet minder werden toen de politie de straat begon te ontruimen en die menigte, waarvan de meesten van gisteravond tien uur hadden gewacht, aanmaande heen te gaan.’
Niet weer!
De kranten waren duidelijk wie hiervoor verantwoordelijk was: de organisatie van de Spelen. Hoe haalde die het in haar hoofd om zo weinig verkoopadressen te regelen? Waarom was er geen gebruik gemaakt van het netwerk van sigarenboeren, waar de Voetbalbond altijd op terugvalt voor internationale wedstrijden? Waarom is eigenlijk nooit verteld dat er zo weinig kaarten waren, waardoor duizenden mensen voor niets hadden staan wachten? Ofwel: ‘Deze manier van verkoopen mag ook wel als een mislukking worden beschouwd. Zoo iets mag zeker niet weer voorkomen! Iets dergelijks als zich in de laatste 24 uur heeft afgespeeld, mag niet meer voorkomen.’
In die avond vielen in ieder geval vijftig gewonden en lag de straat vol met rotzooi, zo’n vier schuiten en enige karren met vuil. Met andere woorden: ‘Nog nimmer heeft een voetbalwedstrijd zoo’n boeiend voorspel gehad.’
Op de dag van de wedstrijd zelf, 30 mei 1928, doken de zwarthandelaren en vervalsers op bij het Olympisch Stadion. In de kranten werd hiervoor gewaarschuwd. De prijzen liepen op tot zestig gulden en vaak zelfs meer – een gigantisch bedrag in 1928. Een Amerikaan zou voor vier toegangskaarten zelfs 4000 gulden hebben betaald. Ter vergelijking: in 1928 huurde een gezin een etage in een woonhuis voor ongeveer honderd gulden per maand.
Voordat de wedstrijd begon werden zo’n 20 zwarthandelaren opgepakt. Vlak voor aanvang was de waarde van hun tickets overigens gedaald tot zo’n vijftig cent, na de eerdere zestig gulden. Nederland verloor trouwens met 2-0, maar Amsterdam had het nog lang over die wedstrijd. En misschien nog wel meer over het boeiende voorspel, dat hieraan vooraf ging.
Lees ook over: voetbal Uruguay Olympische Spelen 1928 of ga naar alle nieuwsberichten